DELFT - De rechtbank Den haag heeft een 49-jarige verdachte veroordeeld voor het doodsteken van zijn neef. Dat gebeurde in de nacht van 2 op 3 juli 2022 in Delft. De rechtbank legt hem een celstraf op van tien jaar. Ook moet de verdachte een schadevergoeding betalen aan de nabestaanden van het slachtoffer van in totaal ongeveer 550.000 euro.

Steekincident

Op de bewuste nacht brachten het slachtoffer en een ander familielid een bezoek aan de verdachte in diens woning in Delft. Er ontstond een ruzie die uit de hand liep. Het slachtoffer en het familielid vielen de verdachte aan. Nadat de twee de woning verlieten, werd het slachtoffer op de parkeerplaats neergestoken. Hij is ter plekke overleden, als gevolg van twee fataal gebleken steekwonden.


Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt mede op basis van verklaringen van getuigen en ondersteunende camerabeelden dat de verdachte degene was die het slachtoffer dodelijk heeft gestoken. Verder oordeelt de rechtbank dat er in ieder geval op het moment van de steekpartij geen sprake is geweest van een noodweer-situatie. Noodweer is het plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. Op het moment dat het slachtoffer en het familielid in het trappenhuis buiten de woning bevonden, was het niet meer noodzakelijk voor de verdachte om zich tegen hun eerdere aanval te verdedigen. Ook een beroep op noodweer-exces of psychische overmacht wijst de rechtbank af.


De rechtbank concludeert dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag. Dat behoort tot de meest ernstige strafbare feiten die ons Wetboek van Strafrecht kent. Het meest wezenlijke recht van een mens, namelijk het recht te mogen leven, heeft de verdachte op grove en onomkeerbare wijze geschonden. Met zijn handelen heeft de verdachte de nabestaanden groot leed aangedaan.

Strafmaat

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf meegewogen dat zij geen inzicht heeft gekregen in de psychische gesteldheid van de verdachte tijdens het plegen van het delict. Daardoor is ook niet te zeggen hoe kan worden voorkomen dat de verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan zo'n ernstig geweldsdelict. De rechtbank vindt het niet verantwoord om de verdachte na detentie zonder enig toezicht terug te laten keren in de maatschappij. Daarom legt de rechtbank de verdachte naast de gevangenisstraf ook de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op.