Verklaring verdachte
De verdachte heeft zelf verklaard dat hij de dag voor het incident alcohol heeft gedronken en cocaïne heeft gebruikt. Rond middernacht is hij bij zijn buren beland waar hij nog meer alcohol heeft gedronken en cocaïne heeft gebruikt. Hij had een mes meegenomen voor het openen van zijn telefoon en heeft dit in de keuken neergelegd. Rond drie uur 's nachts kwam de partner van de verdachte langs en niet veel later sloot ook het slachtoffer aan. Op enig moment is de verdachte met zijn partner bij de buren weggegaan om naar huis te gaan. De verdachte had zijn spullen, waaronder het mes, bij zich.
Eenmaal thuis wilde de verdachte vanuit de woonkamer de gang ingaan. Toen hij de deur naar de gang opendeed voelde hij een klap tegen zijn hoofd. Hij kreeg een black-out en zag blauw voor zijn ogen. Hij dacht dat hij werd aangevallen door een inbreker. Volgens hem was het op dat moment pikkedonker. De verdachte heeft van zich afgeduwd, terwijl hij al zijn spullen – waaronder het mes – nog altijd in zijn handen had. Er ontstond een worsteling. De 'inbreker', naar later bleek het slachtoffer, viel vervolgens achterover, waarna de verdachte zijn tas van het tv-dressoir naast de gangdeur heeft gepakt en in paniek is weggegaan in zijn auto.
Beoordeling geschetste toedracht
In deze zaak beoordeelt de rechtbank de aannemelijkheid van de feitelijke toedracht die de verdachte heeft geschetst. Er zijn geen getuigen die de confrontatie tussen de verdachte en het slachtoffer hebben gezien. Ook anderszins ontbreekt objectieve informatie over de confrontatie.
Daarom toetst de rechtbank eerst de verklaring van de verdachte. Daarover kan allereerst gezegd worden dat de verdachte ten tijde van de confrontatie zwaar onder invloed was van alcohol en cocaïne. Zodanig dat de rechtbank er rekening mee houdt dat de verdachte op dat moment verminderd in staat was om gebeurtenissen goed waar te nemen en deze vervolgens goed en volledig te onthouden. De verdachte heeft bij herhaling verklaard dat hij zich bepaalde details niet kan herinneren. Hij beroept zich dan op zijn “beleving”. Dit alles doet volgens de rechtbank af aan de betrouwbaarheid van zijn verklaringen. Over dat wat de verdachte zich nog wel zegt te herinneren, heeft hij wisselend verklaard. Zo verklaart de verdachte over zijn handelingen tijdens de confrontatie met de vermeende inbreker eerst over duwen, dan over stoten, vervolgens over een worsteling en tenslotte over vechten voor zijn leven.
De stelling dat de verdachte letsel had als gevolg van een veronderstelde aanval door het slachtoffer, vindt geen steun in het dossier. Dat letsel is veroorzaakt door schavend, schurend of slepend contact met een ruw oppervlak of voorwerp. Dat past daardoor veel beter bij het verloop van de aanhouding van de verdachte en veel minder goed bij de door de verdachte beschreven confrontatie met het slachtoffer, oordeelt de rechtbank. Ook de forensische bevindingen over de letsels bij het slachtoffer, waarbij het gaat om meerdere diepe steekwonden, passen qua aard en hoeveelheid niet bij de verklaringen van de verdachte. Daarnaast plaatst de rechtbank grote vraagtekens bij zijn stelling dat het in de gang pikkedonker was. Aangezien zowel het licht in de woonkamer als de straatverlichting aan was, is het aannemelijk dat de gang daardoor tenminste enigszins verlicht was.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte geschetste scenario niet aannemelijk is geworden. Het beroep op putatief noodweerexces wordt afgewezen. De verdachte heeft het slachtoffer zonder aanwijsbare aanleiding van het leven beroofd door hem meerdere malen met een mes in de borst te steken en hij is daar ook strafbaar voor.
Het slachtoffer is door de verdachte beroofd van zijn meest kostbare bezit, namelijk zijn leven. De verdachte heeft met zijn handelen ook de nabestaanden en de vele vrienden en kennissen van het slachtoffer een enorm en onherstelbaar leed aangedaan. Het overlijden heeft een onpeilbaar verdriet bij hen veroorzaakt. Dit is zeer invoelbaar en onomwonden onder woorden gebracht tijdens de zitting toen nabestaanden gebruik maakten van hun spreekrecht. De impact van zijn overlijden is des te groter nu hij een jonge man was, in de bloei van zijn leven.
Uit onderzoek van onder meer een psychiater en psycholoog blijkt dat de verdachte onder meer lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Zonder behandeling wordt de kans op herhaling van een vergelijkbaar feit als hoog ingeschat. Volgens deskundigen is een intensieve, langdurige behandeling vereist. Ze adviseren tbs met dwangverpleging op te leggen.
Beslissing
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat de verdachte meerdere keren is veroordeeld voor (ernstige) geweldsdelicten, waaronder tweemaal een poging tot doodslag. Ook weegt de rechtbank mee dat er bij de verdachte sprake moet zijn geweest van een explosie aan geweld. Hij heeft het slachtoffer zwaargewond en in hulpeloze toestand achtergelaten. Hij heeft de nabestaanden extra leed toegevoegd door het slachtoffer in een kwaad daglicht proberen te plaatsen door te stellen dat het slachtoffer hem heeft aangevallen. De rechtbank vindt een celstraf van 16 jaar passend en geboden.
Daarnaast legt de rechtbank hem tbs met dwangverpleging op. De verdachte heeft geen inzicht in zijn problematiek waardoor een langdurige (klinische) behandeling in een strak kader de enige mogelijkheid is om het risico op herhaling te verminderen.
Tot slot moet de verdachte een schadevergoeding aa

6.5 ℃





































