RIJSWIJK - De gemeente Rijswijk mocht maatregelen nemen om een stokje te steken voor het geplande Eritrese feest in zalencentrum Event Plaza op 25 mei. Dat volgt uit een uitspraak van de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag. De uitspraak werd op 22 mei gedaan, op 5 juni volgde de motivering. De rechter oordeelt dat de gemeente de viering mocht aanmerken als evenement waarvoor een vergunning was vereist. De organisatoren beschikten niet over deze vergunning.

Viering

Op 12 april 2024 deed HTC, het bedrijf achter het zalencentrum Event Plaza, melding dat de Federatie van Eritrese Gemeenschappen in Nederland (FEN) een Bevrijdingsfeest voor de Eritrese gemeenschap in Nederland op 25 mei wilde organiseren in het zalencentrum. Het zou om een besloten evenement gaan. Met het feest wordt jaarlijks de onafhankelijkheid van Eritrea gevierd. Hier komen vooral families met een Eritrese achtergrond naar toe om hun cultuur en identiteit te vieren.

De gemeente heeft een week later meegedeeld dat dit niet werd geaccepteerd. Het ging hier volgens de gemeente om een evenement van categorie C vanwege het hoge risico op ernstige verstoringen van de openbare orde. Hiervoor moet minimaal twaalf weken van tevoren een aanvraag voor een evenementenvergunning worden ingediend met een bijpassend veiligheidsplan. Gelet op de ernstige wanordelijkheden bij eerdere Eritrese activiteiten in diverse steden, ook in het buitenland, vormde deze viering een activiteit met een hoog risico op (herhaling van) een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid, stelde de gemeente.

De organisator meent dat de viering niet als evenement hoefde te worden aangemerkt waardoor geen vergunning nodig is en dat zij het recht heeft op vergaderen en betogen. De dreiging is minder, omdat een deel van relschoppers die betrokken waren bij de rellen in februari 2024 in Den Haag vastzit, stelde de organisator. De gemeente kon volgens de organisator gepaste maatregelen nemen tegen eventuele relschoppers. Volgens de organisator kon de viering doorgaan.

De politie schatte het risico op verstoring van de openbare orde, gelet op gebeurtenissen bij Eritrese bijeenkomsten in binnen- en buitenland, zeer hoog in, zo bleek uit een advies aan de gemeente. De gemeente heeft hierna de organisator en het zalencentrum een zogenoemde last onder bestuursdwang en aan het zalencentrum ook een last onder dwangsom opgelegd om te voorkomen dat de viering kan plaatsvinden. Zowel het zalencentrum als de organisator zijn het daar niet mee eens. Ze vragen de bestuursrechter een voorlopige voorziening te treffen zodat het feest wel kan doorgaan.

Oordeel rechtbank

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente de viering mocht beschouwen als evenement waarvoor een vergunning is vereist, net zoals het de voorgaande jaren ook gebeurde. De gemeente mocht in aanmerking nemen dat het besloten karakter van de bijeenkomst relatief is: er is sprake van kaartverkoop aan leden van verschillende verenigingen, en dat past meer bij een evenement dan bij een besloten vergadering. Ook is het een viering met muziek van liveband, dans, toneelstuk, gedichten en het nuttigen van traditionele gerechten. Dit zijn activiteiten die als vermaak, dus als evenement, kunnen worden beschouwd.

De organisator en het zalencentrum beschikken niet over een evenementenvergunning en het is niet mogelijk om binnen korte tijd alsnog een evenementenvergunning te verkrijgen. De gemeente mag in dat geval een last onder bestuursdwang opleggen als er gevaar dreigt dat de overtreding daadwerkelijk zal plaatsvinden. Dat was hier het geval. De organisator en het zalencentrum lieten blijken dat ze de bijeenkomst wilden laten doorgaan, wat volgens de politie een groot risico op verstoring van de openbare orde met zich bracht. De voorzieningenrechter begrijpt dat de gevolgen van het afgelasten van het evenement groot zijn en dat organistoren, de bezoekers, artiesten en andere medewerkers van het evenement hiervan negatieve gevolgen ondervinden. De gemeente heeft echter zijn belang om de openbare orde en veiligheid bij evenementen binnen zijn gemeente te kunnen waarborgen, in redelijkheid zwaarder mogen laten wegen. Daarbij speelt ook een rol dat de organisator en het zalencentrum deze uitkomst mogelijk hadden kunnen voorkomen als op tijd een vergunning was aangevraagd.

De gemeente had aan het zalencentrum naast de last onder bestuursdwang ook een last onder dwangsom opgelegd. Dit mocht de gemeente niet doen, omdat met beide lasten hetzelfde wordt beoogd, namelijk het voorkomen dat het evenement doorgang vindt. Om die reden is de last onder dwangsom geschorst.