DEN HAAG - Een politicus die opruit tot geweld tegen de overheid, daarover ging het vandaag in de rechtbank. Een politicus moet zaken van algemeen belang aan de orde kunnen stellen, ook als hij daarmee anderen kan kwetsen, choqueren of verontrusten. Tegelijk draagt een politicus in het publieke debat ook de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de rechtstaat. Wanneer een politicus die verantwoordelijkheid verzaakt en aanspoort tot geweld tegen de overheid, is hij strafbaar. Net als elke andere burger. Een 36-jarige politicus uit Den Haag heeft dat volgens het Openbaar Ministerie twee keer gedaan.


De eerste keer was op 2 juli 2022, tijdens een bijeenkomst voor boeren in Tuil. Verdachte heeft daar een speech gegeven die ook op internet is geplaatst. In deze speech zei hij dat boeren zich met geweld mogen en moeten verzetten tegen een kwaadaardige en tirannieke overheid, wanneer die zou overgaan tot onteigening.

De tweede keer zag op uitspraken in een interview dat op 13 november 2022 is gepubliceerd op internet. Daarin gaf verdachte aan te hopen op een revolutionaire beweging die naar het parlement zou trekken en niet meer weg zou gaan, totdat de regering zou vallen. Dat daarbij dodelijke slachtoffers konden vallen, nam hij op de koop toe.

Aansporing tot geweld

Voor strafbare opruiing is geen letterlijke oproep tot geweld nodig. Dat kan ook indirect of in bedekte termen gebeuren. Ook aansporing in een voorwaardelijke vorm, bijvoorbeeld wanneer het geweld afhankelijk wordt gesteld van een onteigening, kan opruiing zijn. Het gaat erom hoe verdachte en zijn publiek die uitlating hebben begrepen.

In dit geval zijn de uitlatingen gedaan in een periode van maatschappelijke onrust en anti-overheidssentiment. Er waren blokkades, met brandende hooibalen op snelwegen. Er werden huisbezoeken gebracht aan bewindslieden. Verschillende personen werden vervolgd en bestraft voor geweld tegen de overheid. Enige tijd eerder was het Amerikaanse Capitool bestormd. Verdachte was zich hiervan bewust, aldus de officier van justitie: "Verdachte wist dit. Hij wist ook dat zijn publiek bereid was tot daden over te gaan. Dat hadden ze al getoond." Daarnaast wees de officier van justitie op online reacties van volgers van verdachte, waarin zijn uitlatingen ook als geweldsoproep werden begrepen.

Onvoorwaardelijke straf

Dat maakt dat het Openbaar Ministerie bewezen acht dat verdachte tweemaal een strafbare opruiing heeft gepleegd, door op te roepen tot gewelddadig verzet tegen de overheid. "Dat is nog al wat," concludeerde de officier van justitie. "Juist voor een politicus. Die de verantwoordelijkheid heeft om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van onze rechtsstaat."

Bij de bepaling van de strafeis is rekening gehouden met straffen die in andere zaken voor opruiingen zijn opgelegd. Daarnaast heeft officier van justitie meegewogen dat de uitlatingen van verdachte een groot bereik hadden, zijn publiek hem veel gezag toedichtte en dat hij die uitlatingen deed in een maatschappelijk onrustige tijd. Ook achteraf heeft verdachte hiervoor geen verantwoordelijkheid genomen. Hij volhardt in zijn uitspraken. Wat het Openbaar Ministerie betreft past dan alleen een onvoorwaardelijke straf. De officier van justitie eiste een onvoorwaardelijke werkstraf van 200 uur.