DEN HAAG - Het inbrengen van een draadloze pacemaker via de hals is minder pijnlijk, gaat sneller en vermindert kans op complicaties dan bij de reguliere weg via de lies. Dat blijkt uit onderzoek van cardioloog-elektrofysioloog Shmaila Saleem-Talib. Ze is gespecialiseerd in deze unieke methode en promoveert deze week op dit onderwerp. Met haar team in het hartcentrum van het HagaZiekenhuis loopt ze wereldwijd voorop op dit gebied. Artsen komen van heinde en verre om te leren hoe ze een draadloze pacemaker kunnen inbrengen via de hals.

Het is 2018 als Shmaila Saleem-Talib en cardioloog-elektrofysioloog Hemanth Ramanna op een probleem stuiten. Een patiënt met een hartritmestoornis moet een draadloze pacemaker krijgen, maar door anatomische afwijkingen kan deze niet worden ingebracht via de lies. Op dat moment is dat de reguliere methode om het apparaatje van ongeveer 2 centimeter groot in te brengen. Na overleg, onderzoek en grondige voorbereiding, besluiten ze een gedurfde ingreep te doen. Ze brengen de draadloze pacemaker in via de hals. Een methode die dan nog maar 1 keer eerder is gedaan in de wereld.

“Verbazing over dat de ingreep via de hals zo ontzettend makkelijk ging. Dat is wat me het meeste bijstaat van die eerste operatie”, zegt Saleem-Talib. “Kort daarna was er weer een patiënt waarbij de lies geen optie was. Weer ging het heel soepel. En super belangrijk: het was veel minder belastend voor de patiënt. Die liesoperatie is behoorlijk pijnlijk. De ingreep via de hals gebeurt onder lokale verdoving. Achteraf stond de patiënt op en liep weg. Geen pijn, niets. Op dat moment hebben we: cardiologen Hemanth Ramanna, Vincent van Driel, Jeroen van der Heijden en ik, besloten onze tijd en energie te gaan besteden aan het onderzoek naar deze methode.”

Symposium

Deze week promoveert Saleem-Talib op dit onderwerp. Ter gelegenheid van haar promotie organiseert ze een symposium waar wereldwijd de beste cardiologen op dit onderwerp bij elkaar komen om te spreken over ‘leadless pacing’, oftewel: draadloze pacemakers. Onderzoek van Saleem-Talib wijst uit dat er bij draadloze pacemakers 50 procent minder complicaties optreden. Daarnaast is de ingreep via de hals minder pijnlijk voor patiënten. Ook duurt deze korter, waardoor je meer patiënten kan helpen. Ten slotte geeft de traditionele pacemaker veel meer ongemakken, omdat deze net onder de huid wordt geïmplanteerd en er een litteken te zien blijft.

“Draadloze pacemakers zijn de toekomst”, zegt Saleem-Talib vastbesloten. Als toonaangevend specialist op dit vakgebied is ze gevraagd om de Europese richtlijnen voor draadloze pacemakers te schrijven. Deze vraag kreeg ze van de European Heart Rythm Association, de vereniging van Europese cardiologen die gespecialiseerd zijn in hartritmestoornissen. Een taak die gewoonlijk specialisten of professoren van een academisch ziekenhuis wordt toebedeeld.

Vol overgave

Dit alles: haar werk als cardioloog, onderzoek doen en internationale vakgenoten onderwijzen over de unieke hals-methode doet ze vol overgave. En dat allemaal in combinatie met een gezin én in een wereld die nog steeds door mannen wordt gedomineerd. Saleem-Talib is zich ervan bewust dat ze als vrouw in haar vak nog vaak een uitzondering is.

“Mijn drie dochters zijn mijn drive. Ik wil hen het goede voorbeeld geven. Laten zien dat je én cardioloog kan zijn én een gezin kan hebben. Dat je geen concessies hoeft te doen. Vrouwen in topfuncties kunnen ook een gezin hebben. Sterker nog, ik denk dat het heel belangrijk is dat mensen in topfuncties ook een gezin hebben én dat laten zien. Toen ik een klein meisje was, dacht ik dat die combinatie niet mogelijk was. Maar als je werk je hobby is, dan kan het wél.”

'Meer vrouwen in medische wereld'

Daarbij benadrukt ze het belang van meer vrouwen in de medische wereld. “Vrouwen worden steevast ondergerepresenteerd. Neem de traditionele pacemaker: de plek waar deze geïmplanteerd wordt, zit vaak precies op de locatie van een bh-bandje. Daar hebben vrouwen iedere dag last van. Dat moet anders. Vrouwen moeten een vaste, gelijkwaardige stem aan de tafel hebben, zodat onze vrouwelijke patiënten ook de best mogelijke zorg krijgen.”