Geweldsexplosie
De verdachte en het slachtoffer woonden in hetzelfde appartementencomplex in Rijswijk: het slachtoffer was de onderbuurvrouw van de verdachte. Tussen hen was een langlopend conflict gaande waarbij de verdachte zich kennelijk gekrenkt heeft gevoeld door de afwijzing van zijn buurvrouw. Het slachtoffer deed vijf dagen voor haar dood een melding bij de woningcorporatie en schreef een dag later een afscheidsbrief waarin zij haar dood voorspelt.
Op de fatale dag hoorde de verdachte dat zijn onderbuurvrouw in het trappenhuis van het portiek in gesprek was met een andere bewoner. De verdachte hoorde ze over hem praten. De verdachte is naar zijn appartement op de derde etage gelopen en kwam na enkele minuten met een doorgeladen vuurwapen naar beneden. Toen de verdachte hoorde dat het slachtoffer nog steeds met haar buurman in gesprek was, opende hij het vuur. Eén kogel kwam in haar hoofd en één kogel ging dwars door haar romp. Hij loste in totaal zeven schoten. Het zoontje van het slachtoffer stond op dat moment naast zijn moeder. Er zijn kogelinslagen aangetroffen in zijn rugzak, zijn broodtrommel en de capuchon van zijn trui. Daarna bedreigde hij drie omwonenden door een vuurwapen op hen te richten. Een van de bewoners verrichte een heldendaad door met gevaar voor eigen leven het kindje op de arm te nemen en mee te nemen naar zijn eigen appartement. De verdachte richtte daarbij het wapen hem en haalde de trekker over. Omdat de kogels in zijn wapen op waren, werd er geen schot gelost.
De verdachte heeft bekend het slachtoffer te hebben doodgeschoten. Volgens hem was hij erg boos omdat zij hem al lange tijd treiterde en zij hem zwart maakte bij medebewoners van het appartementencomplex. Hij heeft op haar geschoten omdat hij geen andere uitweg zag en de controle kwijt was toen zij weer over hem roddelde.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord op zijn onderbuurvrouw. Toen de verdachte op weg was naar zijn appartement om een geladen en werkend vuurwapen te pakken dat hij in zijn woning had liggen, had hij ruimschoots de tijd om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad. Zijn handelingen zijn zo onmiskenbaar gericht geweest op het om het leven brengen van zijn onderbuurvrouw, dat er sprake is van voorbedachte raad. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag op het zoontje van het slachtoffer: doordat hij op het slachtoffer schoot en haar zoontje naast haar stond, aanvaardde hij namelijk de aanmerkelijke kans dat het zoontje door hem zou worden doodgeschoten. Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van medebewoners.
De rechtbank spreekt van een ijzingwekkende femicidezaak. De verdachte heeft het slachtoffer op een gruwelijke wijze om het leven gebracht. Hij heeft het slachtoffer het meest fundamentele recht, het recht op leven, ontnomen. Haar overlijden heeft onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden. Ook omwonenden zijn getuige geweest van een uiterst gewelddadig dodelijk schietincident dat vlak bij hun eigen woning heeft plaatsgevonden in een complex met veel bewoners. Het handelen van de verdachte getuigt van een volstrekt gebrek aan respect voor menselijk leven en de veiligheid van anderen.
Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor poging tot doodslag. Daar komt bij dat de verdachte op geen enkel moment enig berouw heeft getoond. Integendeel, hij lijkt zijn daden nog altijd gerechtvaardigd te vinden en lijkt zichzelf als slachtoffer te zien. De rechtbank vindt een celstraf van 30 jaar passend en geboden. Ook legt de rechtbank een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op waardoor er langdurig toezicht op de verdachte kan worden gehouden na de detentie. Ten slotte moet de verdachte schadevergoedingen betalen aan de bedreigde bewoners en het zoontje van het slachtoffer.

17.1 ℃





































