De feiten
In mei 2025 kreeg de verdachte een relatie met zijn inmiddels ex-vriendin. De vrouw was toen nog getrouwd en woonde met haar man en kinderen naast de familie van de verdachte. Nadat het huwelijk werd beëindigd, zijn de verdachte en de vrouw gaan samenwonen. De familie van de verdachte keurde de relatie af en op enig moment ontstonden er spanningen tussen de families van de verdachte en de vrouw. Sindsdien hebben er over en weer diverse incidenten plaatsgevonden.
Het explosief
In de avond van 4 november 2025 werd bij de woning van de ouders van de vrouw in Den Haag een vuurwerkbom (Cobra 8) met daaraan vastgemaakt een fles brandbare vloeistof, voor de voordeur geplaatst. Voordat het explosief kon worden aangestoken, werd de deur opengedaan, waarna een persoon wegvluchtte. Deze persoon kon na een achtervolging worden aangehouden. Hij verklaarde dat hij het explosief in opdracht van de 22-jarige verdachte bij de woning heeft geplaatst en dat het ook de bedoeling was om het explosief daadwerkelijk aan te steken.
De verdachte verklaarde later dat hij de jongen tegen betaling de opdracht had gegeven om het explosief voor de woning neer te leggen. Dit wilde hij doen als bedreiging omdat hij vermoedde dat zijn ex-schoonfamilie achter de explosie voor zijn tabakswinkel, enkele dagen eerder, zat. Volgens de verdachte was het niet de bedoeling dat de jongen het explosief zou aansteken, maar trok de jongen zijn eigen plan.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de verdachte heeft geprobeerd een vuurwerkbom tot ontploffing te laten brengen bij een woning van de ouders van zijn ex-partner en dat hij hiervoor een kwetsbare 18-jarige jongen heeft geronseld. De rechtbank oordeelt dat voor de verklaring van de verdachte geen aanknopingspunten zijn, terwijl de verklaring van de jongen op essentiële punten steun vindt in gestuurde chatberichten en ander bewijs. Dat het explosief niet tot ontploffing is gebracht, is niet aan de verdachte te danken. Per toeval is de jongen betrapt voordat hij het explosief daadwerkelijk heeft kunnen aansteken. Een daadwerkelijke ontploffing had niet alleen tot forse schade, maar ook tot zwaar of dodelijk letsel bij de bewoners kunnen leiden.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan twee mishandelingen van zijn toenmalige partner: één keer in huis en één keer op straat. Deze feiten zijn extra kwalijk, omdat ook de drie minderjarige kinderen van de vrouw hiervan getuige zijn geweest.
De beslissing
De rechtbank acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Aan het voorwaardelijke deel verbindt de rechtbank diverse voorwaarden die de verdachte ervan moeten weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Zo moet de verdachte zich laten behandelen bij een zorgverlener, mag hij gedurende vijf jaar geen contact opnemen met zijn ex-vriendin en mag hij niet in de buurt komen van de woning waar haar kinderen wonen. Daarnaast moet de man schadevergoedingen betalen aan zijn ex-vriendin en haar familie variërend van 500 tot ruim 1.800 euro.

25.8 ℃




































