DEN HAAG - De kantonrechter van de rechtbank Den Haag heeft een 21-jarige vrouw veroordeeld voor het samen met anderen blokkeren van het spoor op Den Haag Centraal op 2 oktober 2025. Met de blokkade wilde ze aandacht vragen voor de situatie in Palestina. De verdachte krijgt een geldboete opgelegd van 290 euro, gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie.
De blokkade
De verdachte liep aan het begin van de avond het spoor op van Den Haag Centraal. Aan oproepen van de politie om het spoor en de stationshal te verlaten, werd geen gehoor gegeven. Daarna werd de blokkade beëindigd door ingrijpen van de ME. Hoewel de duur van de blokkade relatief beperkt was, waren de gevolgen aanzienlijk. Het treinverkeer op en rondom Den Haag Centraal heeft urenlang stilgelegen en treinen vanuit het hele land moesten worden omgeleid of stilgezet met de nodige vertraging tot gevolg.
De verdachte heeft voor de blokkade een boete van de officier van justitie opgelegd gekregen van 290 euro. De verdachte is het niet eens met de oplegging van een geldboete, waardoor de zaak voor de kantonrechter is gebracht. Volgens de verdachte zou zij niet veroordeeld kunnen worden omdat dit in strijd zou zijn met de demonstratievrijheid die voortvloeit uit artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Oordeel rechtbank
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de verdachte zich op het spoor heeft opgehouden en dat dit in beginsel een strafbaar feit is. Zij deed dit om haar bezorgdheid te uiten over de situatie in Palestina. De demonstratievrijheid die wordt beschermd door het EVRM en waar de verdachte een beroep op doet, vormt een essentieel recht binnen een democratische samenleving. Als dit recht wordt beperkt, moet daarvoor onder meer een dwingende maatschappelijke noodzaak zijn en het ingrijpen moet proportioneel zijn. Ook mag er geen ontmoedigend effect van uitgaan voor toekomstige demonstraties (chilling effect).
De kantonrechter oordeelt dat er een noodzaak bestond voor inperking van het demonstratierecht van de verdachte. Doordat de verdachte samen met anderen op en over het spoor liep en het gebruik van die voorziening daardoor ernstig werd gehinderd, bestond er een dwingende maatschappelijke noodzaak om hier tegen op te treden. Dit optreden was proportioneel. Daarbij betrekt de kantonrechter ook het feit dat er voldoende redelijke alternatieven bestonden voor een demonstratie. Dit blijkt alleen al uit het feit dat de demonstratie aanvankelijk niet op het spoor werd gehouden, maar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De kantonrechter oordeelt verder dat met de vervolging van de verdachte en het opleggen van een boete, niet kan worden gesproken van een chilling effect.
De kantonrechter oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit door samen met anderen het spoor te blokkeren en vindt een geldboete van 290 euro passend en geboden.
Meer 112 nieuws uit Den Haag? Klik hier

25.2 ℃






































