BERKEL EN RODERIJS - De rechtbank Rotterdam spreekt een 59-jarige inwoner van Schiedam vrij van de moord op Rob Zweekhorst. Het slachtoffer kwam in 2014 om het leven. De zaak kwam in de media bekend te staan als de ‘vergismoord’. De verklaringen en andere informatie in het dossier leiden niet tot wettig en overtuigend bewijs.

De zaak

Op 1 januari 2014 wordt Rob Zweekhorst in zijn hoofd geschoten terwijl hij zijn honden uitlaat. Hij overlijdt ter plekke. Tijdens het politieonderzoek ontstaan er vrij snel aanwijzingen dat niet het slachtoffer, maar een buurtgenoot het doelwit was van de schutter. Die buurtgenoot is volgens het dossier op dat moment actief in het criminele circuit.

Er volgt een jarenlang opsporingsonderzoek dat in eerste instantie vooral steunt op anonieme meldingen en informatie vanuit het Team Criminele Inlichtingen (TCI-informatie). Meerdere personen, voornamelijk binnen hetzelfde criminele circuit als het beoogde slachtoffer en de verdachte , worden gehoord. Dat leidt in september 2015 tot de verdenking tegen de verdachte van betrokkenheid bij de moord en uiteindelijk tot zijn aanhouding in november 2018.

De verdachte ontkent vanaf zijn aanhouding tot en met de zittingen van mei 2026 iedere betrokkenheid bij de moord op het slachtoffer.

Mogelijk motief

De verdenking tegen de verdachte is de afgelopen jaren vooral gevoed door verklaringen over een mogelijk motief van de verdachte. Dat motief zou draaien om een conflict tussen de verdachte en de buurtgenoot van het slachtoffer in de periode rond de moord. De redenen voor die ruzie lopen in de verklaringen uiteen en variëren van financiële geschillen over vastgoed of over in

genomen partijen cocaïne tot huwelijksproblemen en het alleenrecht op een corrupte douanier. Hoewel een motief voor een moord een belangrijk gegeven is, kan het enkele bestaan daarvan geen bewijs vormen voor het daderschap van de verdachte.

Weinig - betrouwbaar - bewijs

Er zijn in de zaak sinds 2014 door de jaren heen veel verklaringen afgelegd bij de politie, de rechter-commissaris, op de zitting en ook komt er andere informatie bij de politie binnen. De precieze bron van deze verklaringen en informatie is vaak onbekend. De personen die verklaren dat zij de verdachte hebben horen bekennen, hebben dit later afgezwakt of kunnen daar verder geen handen en voeten aan geven. Andere personen hebben alleen van horen zeggen dat de verdachte de opdrachtgever van deze moord was of hebben dit in de krant gelezen. Een en ander leidt – kort gezegd – tot de conclusie dat heel weinig betrouwbaar bewijsmateriaal voorhanden is en dat de bewijskracht daarvan ook nog uiterst beperkt is. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten.

Nabestaanden


Het opsporingsonderzoek en de behandeling van de zaak bij de rechtbank hebben erg lang geduurd. Pas twaalf jaar na de dood van het slachtoffer ligt er nu een vonnis. De rechtbank heeft gezien en gehoord dat dit voor de familie van het slachtoffer een heel zware periode is geweest.

Uit de slachtofferverklaring van het gezin werd pijnlijk duidelijk dat zij niet alleen het ondragelijke verlies van hun man en vader moeten verwerken, maar dat zij ook boos zijn omdat zij de allerhoogste prijs hebben moeten betalen voor de daden van een ander.

De rechtbank realiseert zich dat het zeer pijnlijk is dat de uitkomst van de zaak voor de familie met zich meebrengt dat er, ook na zo’n lange tijd, nog steeds geen duidelijkheid is over de schuldige, over het motief voor de moord en over de precieze omstandigheden daarvan.