Volgens het hof heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan doodslag door het slachtoffer met messteken om het leven te brengen. De verdachte heeft het slachtoffer tijdens een worsteling vlakbij de deur van zijn woning in onder meer zijn hals en borst gestoken. Het slachtoffer heeft in totaal 46 steek- en snijverwondingen opgelopen en is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden.
In tegenstelling tot de rechtbank en het Openbaar Ministerie vindt het hof niet bewezen dat de verdachte met voorbedachte raad handelde. Het hof ziet aanwijzingen voor het tegendeel en gaat ervan uit dat de verdachte impulsief handelde. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld voor diefstal. Nadat hij het slachtoffer had neergestoken, heeft de verdachte uit de woning van het slachtoffer een portemonnee met inhoud gestolen.
Gedragsdeskundigen stellen dat de verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken. Het hof ziet een verband tussen deze persoonlijkheidsstoornis en zijn gedragingen, en vindt de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Zonder behandeling is de kans op herhaling groot en daarom legt het hof naast de gevangenisstraf ook tbs met dwangverpleging op.
De rechtbank legde eerder een gevangenisstraf van 20 jaar op. De rechtbank kwam destijds niet tot een verminderde toerekenbaarheid en ook legde de rechtbank geen tbs met dwangverpleging op. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie tekenden hoger beroep aan. Het openbaar ministerie eiste in hoger beroep 14 jaar cel en tbs met dwangverpleging. Het hof komt tot een lagere straf, mede vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid en de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak behandeld moet worden.
De verdachte moet ook een schadevergoeding betalen aan de nabestaanden van het slachtoffer van in totaal ruim € 75.000,00.

1.4 ℃






























