DEN HAAG - De rechtbank Den Haag heeft een 23-jarige man veroordeeld voor onder meer medeplegen van poging tot moord op 28 januari 2025 in Den Haag. Daarbij raakte een slachtoffer ernstig gewond. De rechtbank oordeelt dat de verdachte op de hoogte was van het plan en druk op de schutter uitoefende. Later bleek dat niet het slachtoffer het beoogde doelwit was, maar iemand anders. De rechtbank legt de verdachte een celstraf op van 12 jaar.

Schietincident

Op de bewuste dag heeft een medeverdachte in en rondom een garage met een vuurwapen meermalen op het slachtoffer geschoten, terwijl de verdachte in de buurt aanwezig was. De schutter richtte eerst op de buik en de borst van het slachtoffer. Het vuurwapen weigerde toen. Daarna loste hij meerdere schoten in de richting van het lichaam van het slachtoffer. Die heeft moeten wegspringen om niet geraakt te worden. Buiten de garage heeft de schutter nog geschoten terwijl het slachtoffer op de grond lag. Het slachtoffer is in zijn been geraakt en liep onder meer een beenbreuk op. Later bleek dat er sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Niet het slachtoffer was het beoogde doelwit, maar iemand anders.

Volgens de verdachte had hij geen wetenschap van het voorgenomen plan van de schutter om het slachtoffer te doden. De verdachte heeft de schutter wel twee dagen achter elkaar naar Den Haag gereden, maar hij deed dit in het kader van zijn werkzaamheden als snorder (illegaal taxivervoerder), aldus de verdediging. De schutter heeft zelf verklaard dat hij wist wie het beoogde doelwit was, onder meer doordat de verdachte hem in de auto een (wazige) foto had getoond. Hij heeft verklaard dat hij de opdracht 'moest' uitvoeren.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de verdachte schuldig is aan het medeplegen van de poging tot moord . Uit verklaringen van de schutter blijkt dat het schieten al eerder had moeten gebeuren tijdens zijn twee eerdere bezoeken. Verder blijkt uit camerabeelden dat de schutter op 28 januari, tussen de tweede en derde poging, elf minuten in de auto heeft gezeten met de verdachte. Hierover hebben de schutter en de verdachte geen uitleg willen geven; de verdachte heeft, in strijd met wat op de camerabeelden te zien is, gesteld dat de latere schutter toen niet in de auto heeft gezeten. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte in de auto druk heeft uitgeoefend op de schutter. Als de verdachte dit niet had gedaan, zou er niet op het slachtoffer zijn geschoten. Dat de verdachte wetenschap had van het plan om het slachtoffer te doden, blijkt ook uit andere camerabeelden waarop het opmerkelijk rijgedrag van de verdachte kort na het schietincident is te zien. Duidelijk is dat de verdachte na het incident zo snel mogelijk weg wilde komen.

De verdachte is daarnaast schuldig aan het medeplegen van voorbereiding van moord of zware mishandeling met voorbedachte raad. Er was een langer bestaand plan om op het beoogde doelwit te beschieten en hiervoor zijn voorbereidingen getroffen.

Ten slotte is de verdachte schuldig aan medeplichtigheid bij het voorbereiden van het laten ontploffen van een geïmproviseerd explosief. Dat gebeurde op 18 maart 2025 in Den Haag. De verdachte vroeg een ander om 'een pakketje' ergens 'af te geven'. Uit telefooncontact dat de verdachte met derden had vanuit de penitentiaire inrichting blijkt dat hij wel degelijk wist dat dit om een explosief ging en dat hij hier nauw bij betrokken was.

Strafmaat

Mede door het handelen van de verdachte is uiteindelijk een verkeerd persoon ernstig gewond geraakt. De verdachte heeft geen enkel respect gehad voor de levens van het beoogde doelwit en het daadwerkelijke slachtoffer, oordeelt de rechtbank. Dit soort incidenten zorgen voor grote onrust en een gevoel van onveiligheid in de samenleving. De poging moord vond plaats op klaarlichte dag en is door veel omstanders gehoord en gezien. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Daarnaast zorgen aanslagen met explosieven voor gevoelens van angst en grote onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank vindt een lange celstraf passend en geboden. De verdachte krijgt een gevangenisstraf van 12 jaar opgelegd. Ook moet hij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 82.500 euro.