DEN HAAG - De rechtbank Den Haag heeft veertien verdachten veroordeeld voor hun aandeel in het binnendringen van een gebouw in Den Haag waarin de OPCW zetelt, een organisatie die opkomt voor een verbod op chemische wapens. Dat gebeurde op 3 december 2021. Het pand en de functionarissen die er werken, zijn internationaal beschermd. Vier van de verdachten zijn ook veroordeeld voor openlijk geweld en één voor mishandeling. De politierechter legt celstraffen op variërend van 3 tot 4 maanden. Van twintig verdachten kan niet worden vastgesteld dat ze binnen zijn geweest. Zij worden vrijgesproken.


Binnendringen gebouw OPCW

Het terrein van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) is omringd door een twee meter hoog hekwerk. Enkele dagen voorafgaand aan het incident werd in het pand een conferentie gehouden. Op verschillende dagen in die week waren in de buurt verschillende demonstraties, onder andere van een Koerdische organisatie die aandacht vroeg voor het gebruik van chemische wapens door het Turkse leger. Op 3 december liep de situatie uit de hand.

Uit camerabeelden blijkt dat die dag twee ladders tegen het hek werden gezet en daar mensen overheen klommen. Ook op een andere plek klommen mensen over het hek om het terrein op te komen. Eerst drong een groepje van vijf personen het gebouw binnen via de draaideur in de hoofdingang. Niet veel later volgde een grotere groep. De draaideur zat inmiddels op slot, maar deze werd geforceerd en kon toch worden geopend. Eenmaal binnen verspreidden de mensen zich door het gebouw en braken andere beveiligde deuren open. De 98 OPCW-medewerkers die op dat moment nog in het pand aanwezig waren, bleven in hun kamers en draaiden die op slot.

Verschillende eenheden van de Mobiele Eenheid kwamen ter plaatse Zij ondervonden weerstand van de groep en moesten hun wapenstok gebruiken. De ME kon de groep naar buiten krijgen. Daar zijn 44 verdachten aangehouden van wie er nu 34 voor de rechter staan. Vier van hen worden daarnaast verdacht van openlijk geweld, en een van die vier ook voor mishandeling van een beveiliger.

Oordeel rechtbank

De politierechter stelt vast dat een groep mensen met geweld het gebouw van de OPCW is binnengedrongen waardoor de vrijheid en veiligheid van medewerkers in het geding was. Functionarissen van de OPCW zijn te beschouwen als internationaal beschermde personen en het gebouw is een beschermd goed. Het OPCW is een van de vele internationale organisaties die in Den Haag zetelt. Die organisaties – en de vele ambassades en conuslaten in de stad – zouden hun werk niet kunnen doen als het met geweld binnendringen onbestraft blijft. Het moet duidelijk zijn en duidelijk worden gemaakt dat wat er gebeurd is ontoelaatbaar is.

De politierechter kan op basis van de proces-verbalen van de politie echter niet opmaken dat alle gearresteerde personen in het gebouw zijn geweest. Sommige verdachten verklaren weliswaar op het terrein te zijn geweest, maar ontkennen het gebouw te hebben betreden. De twintig verdachten van wie niet kan worden vastgesteld dat ze daadwerkelijk binnen zijn geweest, worden vrijgesproken.

Voor wat betreft de veertien verdachten die wel binnen zijn geweest, geldt dat ze nauw en bewust moeten hebben samengewerkt. Het ging niet om een spontane actie, oordeelt de rechter. Het binnendringen vond op een georganiseerde manier plaats. Tien verdachten krijgen een celstraf opgelegd van 3 maanden. Vier verdachten worden ook veroordeeld voor openlijk geweld. Zij zijn herkend door de politie en zijn gezamenlijk schuldig aan het slaan van een OPCW-beveiliger en het slaan en duwen van agenten. De rechter oordeelt dat een van die vier ook schuldig is aan mishandeling van een OPCW-beveiliger. Zij krijgen een celstraf van 4 maanden.