DEN HAAG - De rechtbank Den Haag heeft een 51-jarige Hagenaar veroordeeld voor een dodelijk schietincident voor een café op het Soestdijkseplein in Den Haag. Dit gebeurde op 21 oktober 2025. Volgens de verdachte moest hij wel schieten omdat zijn zoon door het slachtoffer werd mishandeld, maar volgens de rechtbank had de verdachte anders kunnen en moeten handelen. De verdachte krijgt een celstraf opgelegd van 10 jaar.

Schietincident

Op de bewuste avond kregen de verdachte en het latere slachtoffer ruzie in het café waar de verdachte werkzaam was. Zo uitte het slachtoffer stevige bedreigingen naar de verdachte. Deze ruzie escaleerde toen de zoon van de verdachte aan kwam lopen en voor het café werd mishandeld door de groep van het slachtoffer. Uit camerabeelden blijkt dat het slachtoffer fysiek agressief was en probeerde met terrasstoelen te gooien. De verdachte rende naar buiten met een vuurwapen in zijn hand en heeft voor het café en van dichtbij één keer geschoten in de richting van het gezicht van het slachtoffer. Het slachtoffer is als gevolg van het opgelopen letsel van het schot overleden.

Volgens de verdediging van de verdachte was er sprake van zogenoemd noodweer of noodweerexces: hij zag zich geconfronteerd met de mishandeling van zijn zoon en moest wel zo handelen, ook al overschreed hij daarbij wellicht de grenzen van een noodzakelijke verdediging. Ook verkeerde de verdachte in de veronderstelling dat het slachtoffer een vuurwapen bij zich had en was er sprake van psychische overmacht waardoor hij geen weerstand kon bieden aan de drang om met het vuurwapen te gaan schieten, stelde de verdediging.

Oordeel rechtbank

De rechtbank verwerpt de beroepen van de verdediging en oordeelt dat de verdachte schuldig is aan doodslag. Het is aannemelijk dat er sprake was van een dreigende situatie waarin de zoon van de verdachte werd geslagen en vastgepakt en waarin de verdachte angstig was dat er meer zou kunnen gebeuren, maar het schieten in het gezicht van het slachtoffer staat in geen enkele verhouding tot de ernst van de aanranding. Deze reactie is buitenproportioneel en in geen enkel opzicht passend bij de situatie. Ook merkt de rechtbank op dat de verdachte voorafgaand aan het schietincident al geruime tijd met het wapen in de hand of in zijn broeksband in het café aanwezig was. Bovendien werd hij voordat het geweld plaatsvond, minutenlang door andere aanwezigen tegengehouden om naar het slachtoffer toe te gaan. Er kan geen sprake zijn van een hevige gemoedsbeweging die de mate van het door de verdachte toegepaste geweld kan verklaren, oordeelt de rechtbank.

Ook is er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat het slachtoffer op enig moment een vuurwapen bij zich had en is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een situatie waarbij de verdachte onder zodanige (psychische) druk heeft gestaan waardoor hij geen weerstand kon bieden aan de drang om met zijn vuurwapen te schieten.

De rechtbank oordeelt dat de verdachte met zijn handelen de nabestaanden, vrienden en kennissen van het slachtoffer een enorm en onherstelbaar leed heeft aangedaan. Uit de slachtofferverklaring van de familie blijkt het verdriet over het overlijden van het slachtoffer. Daarnaast vond het schietincident plaats op klaarlichte dag buiten voor het café. Meerdere mensen zijn getuige geweest van het incident. De rechtbank vindt een celstraf van 10 jaar passend en geboden. Daarnaast moet de verdachte nabestaanden schadevergoedingen betalen tot 20.000 euro.