DEN HAAG - Een man die vorig jaar door de rechtbank tot 17 jaar cel is veroordeeld voor onder meer het leiden van een criminele drugsorganisatie, blijft op een speciale lijst staan voor gedetineerden met een vlucht- en maatschappelijke risico. Dat volgt uit een uitspraak in kort geding bij de rechtbank Den Haag. De man wilde van de zogenoemde GVM-lijst worden verwijderd of naar een lager risicoprofiel worden afgeschaald, maar de voorzieningenrechter wijst dit af.


Gedetineerd

De man verblijft sinds 16 september 2020 in detentie in verband met zijn vervolging voor onder meer het geven van leiding aan een criminele organisatie die actief is in internationale handel in harddrugs, witwassen van criminele gelden en wapenhandel. In oktober 2023 is hij door de rechtbank Den Haag voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 jaar. De man is in hoger beroep gegaan. Die procedure loopt nog.

De man staat sinds november 2021 op de zogenaamde GVM-lijst voor gedetineerden met een vlucht- of maatschappelijk risico. Hij zit in de categorie 'hoog'. Deze status is in november 2023 verlengd met zes maanden vanwege het risico op ontvluchting en/of bevrijding en het risico op liquidatie of bedreiging van of door hem. Hij zit daarom in een gevangenis met een extra hoog beveiligingsniveau.

In dit kort geding eist de man verwijdering van deze lijst. Volgens hem heeft hij last van de aan hem opgelegde maatregelen voor toezicht die hem sterk beperken in het ontvangen van bezoek en de mogelijkheid om te bellen. Volgens de man is de plaatsing op deze lijst onrechtmatig. De man stelt dat er geen vlucht- liquidatie en bedreigingsrisico is en dat hij al 50 keer op transport is geweest, meestal ongeboeid. Er is nooit iets gebeurd, stelt hij.

Oordeel rechtbank

De voorzieningenrechter oordeelt dat de plaatsing van de man op de lijst niet onrechtmatig is. De man is in 2021 op de lijst geplaatst onder meer nadat bij de politie informatie naar voren was gekomen dat hij naar Zuid-Amerika zou willen vluchten om een celstraf in Nederland te ontlopen. Ook was er informatie dat handlangers de man tijdens een transport zouden willen bevrijden. Op verschillende momenten daarna is geconcludeerd dat die situatie nog steeds actueel was. Daarbij is ook in aanmerking genomen dat de man leiding gaf aan een criminele organisatie en daardoor het netwerk en financiële middelen zou hebben om een en ander te bewerkstelligen.

De voorzieningenrechter ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de wijze waarop de betrouwbaarheid van de informatie is getoetst en de uitkomst daarvan. In de afgelopen twee jaar hebben zich geen incidenten hebben voorgedaan en zijn er geen nieuwe meldingen over vluchtrisico’s binnengekomen. Dat dit niet heeft geleid tot het oordeel dat de risico’s zijn geweken, vindt de rechter niet onbegrijpelijk.

In 2022 is daar informatie bijgekomen over een poging tot ontvoering van de schoonzoon van de man in verband met een geldschuld van de man. Volgens de Staat is er een risico dat de man die poging tot ontvoering wil vergelden of dat hij zelf gevaar loopt. Dat klemt temeer omdat nu het hoger beroep loopt van zijn strafzaak waarin mogelijk getuigenverhoren aan de orde zijn.

Alles overwegende oordeelt de rechter dat de Staat in redelijkheid kon besluiten tot verlenging van de GVM-status van de man in de categorie 'hoog'. De vorderingen van de man worden afgewezen.