DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie eist 24 jaar gevangenisstraf tegen een 33-jarige man uit Zoetermeer die verdacht wordt van moord op een 41-jarige man uit Den Haag. Het slachtoffer werd op 23 juni 2023 in de Wenckebachstraat in Den Haag doodgeschoten. Volgens het OM is de verdachte vanaf het begin betrokken geweest bij de voorbereiding van deze liquidatie en heeft hij hierbij een cruciale rol gespeeld.

Op vrijdagavond 23 juni om tien over half negen in de avond vindt de schietpartij plaats midden in een woonwijk in Den Haag. Het slachtoffer rijdt in zijn auto als hij van dichtbij wordt neergeschoten vanaf een motor waar twee personen op zitten. De man wordt nog gereanimeerd, maar hulp mag niet meer baten. Hij overlijdt ter plekke.

Onder leiding van het Openbaar Ministerie in Den Haag wordt er een Team Grootschalig Opsporing (TGO) opgestart. Er wordt de hele nacht sporenonderzoek gedaan in de straat en beelden van een beveiligingscamera worden veiliggesteld. Op de camerabeelden is de bestuurder van de motor en de schutter te zien. Op 9 oktober 2023 wordt de bestuurder van de motor aangehouden. De schutter wordt niet gevonden.

Voorbereiding

De verdachte heeft volgens het OM een cruciale rol gespeeld bij de voorbereiding van de liquidatie. Zo zou het baken dat onder de auto van het slachtoffer is aangetroffen gelinkt kunnen worden aan de telefoon die verdachte in zijn bezit heeft gehad en is hij de eigenaar van de motor die is gebruikt bij de liquidatie. Ook zijn er camerabeelden waarop het lijkt alsof de bestuurder van de motor zijn hand in het gips of in het verband heeft. De verdachte had ten tijde van de moord zijn hand gebroken.

Moord

“Moord behoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die de wet kent”, aldus de officier van justitie. “De verdachte heeft de nabestaanden een geliefde vader, echtgenoot, broer en zoon ontnomen. Met zijn handelen heeft de verdachte ook de samenleving als geheel geschokt. Omwonenden hebben de schoten gehoord of zijn met de gevolgen daarvan geconfronteerd. Het handelen van de verdachte zal bij hen, maar ook bij anderen die daarvan op de hoogte zijn geraakt, gevoelens van angst en onveiligheid hebben veroorzaakt.”

De verdachte heeft zich naast moord ook schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit en de handel in verdovende middelen. Hij zou in de gevangenis gehandeld hebben in softdrugs.