In de wintermaanden ontvangt Dierenambulance Den Haag ruim 2000 telefoontjes, in mei stijgt dit naar bijna 5000 telefoontjes. Gemiddeld zijn het er 160 per dag deze maand. Veel van de telefoontjes gaan over jonge vogels.
“Het is het seizoen van de jonge vogels”, vertelt Tanja Mantel van de Dierenambulance Den Haag. “Je hoort het gepiep van de jongen en ziet de ouders af en aan vliegen. Als mensen dan een jong vogeltje op de grond zien zitten, willen ze vaak meteen helpen. Maar dat is lang niet altijd nodig.”
Veel jonge vogels leren vliegen vanaf de grond. Ze worden gevoerd door hun ouders, die meestal in de buurt zijn. Binnen enkele dagen kunnen de jongen zelfstandig vliegen. Te veel menselijke aandacht zorgt voor stress en verkleint hun overlevingskansen.
In bepaalde gevallen is wél hulp nodig, bijvoorbeeld als een vogel gewond is, doorweekt, als het nest stuk is of als de ouders niet terugkomen. Dan kan de dierenambulance hulp bieden.
Is een jong nog donzig of kaal, dan is het waarschijnlijk uit het nest gevallen. In dat geval kan het voorzichtig worden teruggeplaatst. “Vogels verstoten hun jongen niet als ze door mensen zijn aangeraakt”, aldus Tanja Mantel. “Neem daarna wel afstand, zodat de ouders terug durven komen.”
Jonge ooievaars, zwaluwen, reigers en roofvogels leren niet vliegen vanaf de grond. Zij leren vliegen vanuit het nest. Vind je een van deze vogels op de grond, neem dan contact op met de dierenambulance.
Op www.dierenambulancedenhaag.nl zijn meer tips te vinden over het helpen van de jonge vogels.

17.8 ℃






































